Home / Blog / Twee jaar weg, een kilometer verderop

Uncategorized

Twee jaar weg, een kilometer verderop

Kater Pierre was twee jaar vermist en zat een kilometer verderop. Waarom zijn chip pas iets deed toen iemand hem oppakte en liet scannen.

Twee jaar weg, een kilometer verderop

Een dierenartsassistent belt en zegt dat je kat is gevonden. Ze klinkt vrolijk, want ze las “vermist sinds 3 augustus” en dacht aan een paar weken. Dan ziet ze het jaartal staan: 2024.

Dat gesprek voerde RTV Utrecht-verslaggever Sammy Shawky vorige week, over haar eigen kater. Pierre, een zwarte kater die vier jaar geleden uit het asiel kwam, verdween twee jaar geleden. Er is toen weken gezocht: buren langs, onder alle auto’s kijken, posters, briefjes in de bus, een speurhond. Via Facebook kwamen meldingen van zwarte katten uit de hele stad, en nooit was het Pierre. Na maanden gaven ze het op en haalden ze twee andere katten in huis.

Een kilometer verderop, en niemand die hem scande

Pierre bleek al die tijd op ongeveer een kilometer van huis te zitten. Hij werd gevonden door Loes van Dijk, die zelf naar haar vermiste kat zocht. Ze bleef hem brokjes brengen omdat hij mager en zielig oogde, en toen het ging regenen ging ze eerder van haar werk om hem te vangen. “Ik had een onderbuikgevoel dat het niet goed met hem ging”, zegt ze. Mager maar verder gezond, oordeelde de dierenarts.

Reken die twee getallen even naast elkaar. Twee jaar weg, één kilometer verderop. Dat is binnen de actieradius van een gemiddelde kat, binnen wandelafstand van de posters. Het verschil zat niet in het zoeken, want dat is grondig gedaan. Het verschil zat in de dag dat iemand hem oppakte en in een mand naar de dierenarts bracht.

De chip deed pas iets toen iemand hem in een mand zette

Zeg maar eerlijk hoe het werkt, ook als het ons eigen advies ondermijnt. Op deze site staat bij elk stuk over vermissing dat de chip het redmiddel is, en dat klopt maar half. Een chip zendt niets uit. Hij ligt stil onder de huid tot iemand er een scanner overheen haalt, en zo’n scanner ligt bij een dierenarts, een asiel of een dierenambulance. Twee jaar lang liep Pierre rond met alle gegevens bij zich, en de enige reden dat die gegevens niets deden, is dat niemand hem oppakte.

Eelco de Groot, meldpuntbeheerder bij Amivedi, zegt in hetzelfde stuk het omgekeerde, en hij zegt het met gezag: “Een kat verdwijnt niet van de planeet. Als je kat gechipt is, komt hij bijna altijd weer terecht.” Hij wijst erop dat terugvinden zonder chip een stuk lastiger is, dat de meeste katten na een tot drie dagen weer thuis zijn en dat twee jaar heel weinig voorkomt. Soms duurt het lang, zegt hij, “maar dat lukt eigenlijk alleen bij gechipte katten”.

Op de uitkomst heeft hij gelijk, en op deze zaak ook: zonder chip had de dierenartsassistent niemand kunnen bellen. Maar in de tussenliggende twee jaar deed die chip niets, en dat is geen detail. Ook De Groot zegt er meteen achteraan wat de voorwaarde is: registreer de chip en zorg dat de gegevens erop kloppen. Bij Pierre klopten die gegevens nog, en dát is het stuk dat mensen vergeten als ze de zoektocht opgeven.

Wat de chip dus oplevert, hangt daarnaast volledig af van het gedrag van de vinder. Daar zit de zwakke plek in de manier waarop over vermiste katten wordt geschreven: alle aandacht gaat naar de eigenaar die moet registreren, en bijna geen naar de buurman die al vier maanden een schuwe kat voert en denkt dat het een zwerfkat is. In de Utrechtse zaak was Loes van Dijk toevallig zelf een zoekende eigenaar. Vaker is de voerder iemand die nergens iets van weet.

Voer je een kat die niet van jou is?

Dan is dit de handeling die telt, en die kost een middag. Meld het dier bij Amivedi, de landelijke vrijwilligersorganisatie die vermiste en gevonden huisdieren registreert, en breng hem één keer naar een dierenarts of asiel om de chip te laten scannen. Dat scannen is gratis en de kat hoeft er niet voor te blijven. Reken er wel op dat het vangen zelf het lastigste deel is: Loes van Dijk kreeg Pierre pas mee met hulp van een buurvrouw en een paar stevige handschoenen. Levert het nummer een eigenaar op, dan eindigt een zoektocht van maanden in één telefoontje. Levert het niets op, dan weet je dat je met een echte zwerver te maken hebt en kun je verder kijken naar opvang.

Voor eigenaren geldt de spiegel daarvan: laat de vermissing in de registers staan zolang je kat weg is en haal hem er niet uit als je het opgeeft. Was die melding uit 2024 verlopen geweest, dan had de assistent geen naam en geen nummer gehad. Twijfel je sowieso over binnen of buiten laten, dan weegt die keuze in dit soort buurten anders; we zetten de argumenten op een rij in binnenkat of buitenkat.

Een kat die terugkomt is nog geen kat die gezond is

Mager maar gezond klinkt geruststellend, en het is ook goed nieuws. Toch is een dier dat twee jaar buiten heeft geleefd een dier zonder entingen, zonder ontworming en zonder gebitscontrole in die periode. De eerste weken thuis zijn dan geen feestje maar een inhaalronde: gewicht opbouwen zonder de darmen te overvragen, controle op vlooien, wormen en tandsteen, en kijken hoe hij op de andere katten in huis reageert. Hoe vaak zo’n controle daarna nog nodig is staat in hoe vaak moet een kat naar de dierenarts.

Wat dit verhaal vooral laat zien, is hoe klein de afstand is tussen “kwijt” en “gevonden”. Een kat die op een kilometer van huis leeft, staat elke dag binnen bereik van iemand met een telefoon en een mand. Dezelfde stad had eerder al zo’n geval: de stationskat die via een ecoduct verkaste. Het moment dat telt is niet de zoektocht in week één, maar de vierde maand, als de posters weg zijn en er iemand op een balkon in stilte brokjes blijft neerzetten.

Sanne de Vries
Sanne de Vries

Schrijft over huisdierverzorging en is zelf baasje. Houdt advies graag praktisch en eerlijk — ook als het antwoord "nog even niet" is.

Stel je vraag